Hoe zit het in elkaar?


Hoe zit het in elkaar? 
In Nederland bestaat het beroepsonderwijs uit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hoger beroepsonderwijs (hbo), kortweg de beroepskolom genoemd. Belangrijk is dat de opleidingen in deze beroepskolom goed op elkaar aansluiten, zodat leerlingen uit het vmbo goed kunnen doorstromen naar het mbo, en mbo’ers naar het hbo. Betere doorstroom betekent dat meer leerlingen sneller en op een goed niveau beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt.

vmbo
Per 1 augustus 1999 zijn vbo, mavo en sommige vormen van (voortgezet) speciaal onderwijs samengevoegd tot het vmbo, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Na de basisschool stroomt 60% van de leerlingen door naar het vmbo. Aan het einde van de tweede klas kiezen de leerlingen een leerweg en een sector. 

mbo
Sinds de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) in 1996, wordt het secundair onderwijs (mbo) vooral gegeven op zeventig regionale opleidingencentra (ROC’s) en een aantal andere vakopleidingen en (particuliere) instellingen. Alle opleidingen in de sector detailhandel, groothandel en internationale handel en wonen zijn ondergebracht in de één structuur: de kwalificatiestructuur handel. De opleidingen in de bedrijfstak mode, interieur, textiel en tapijt zijn ondergebracht in de kwalificatiestructuur MITT. Een kwalificatiestructuur is een samenhangend geheel van kwalificaties (opleidingen).

hbo
Het hoger beroepsonderwijs vormt samen met het wetenschappelijk onderwijs het hoger onderwijs. Hogescholen bieden het hoger beroepsonderwijs aan en universiteiten het wetenschappelijk onderwijs. De hbo-opleidingen zijn beroepsgeoriënteerd en de universitaire opleidingen wetenschappelijk georiënteerd